Allereerst moeten we vaststellen wanneer er fiscaal sprake is van een bestelauto. De afbakening ten opzichte van een personenauto is in het algemeen redelijk duidelijk. De zogenaamde fiscale inrichtingseisen zijn daarvoor doorslaggevend. Onbekender is wat de consequentie is als de maximale toegestane massa meer is dan 3500 kg. Fiscaal is er dan in principe sprake van een vrachtauto, zodat bijvoorbeeld ook de forfaitaire bijtelling niet geldt.
Maar is dat ook het geval als er meerdere rijen zitplaatsen zijn? Uit een procedure over een Hummer H2 blijkt dat er dan alleen over een vrachtauto gesproken kan worden als de mogelijkheid tot personenvervoer ondergeschikt is aan het overige vervoer en kan niet gezegd worden dat het personenvervoer geen zelfstandige betekenis heeft.
Is er sprake van een bestelauto, dan kan de werkgever met name profiteren van een BPM-vrijstelling een een laag tarief motorrijtuigenbelasting. Voor de berijder zijn er in de bijtellingssfeer soms wat voordelen te behalen. Overigens is het niet gezegd dat er nooit iets zal gaan veranderen in de fiscale voordelen van de bestelauto. De Studiecommissie Belastingstelsel heeft begin april haar rapport gepubliceerd en constateert dat er vanuit milieuoogpunt 'gepleit kan worden voor het gelijk trekken van de belastingdruk op personenauto’s en bestelauto’s. Dit zou ook leiden tot een vereenvoudiging van de autobelastingen en zou uitvoeringskosten kunnen besparen. Verder zijn er wellicht ook nog mogelijkheden om de belasting op bestelauto’s meer naar milieukenmerken te differentiëren'.
Zover is het echter nog lang niet, want het rapport van de Studiecommissie is slechts een eerste aanzet tot eventuele verbetering van ons belastingstelsel. De vraag is hoeveel er van deze voorstellen uiteindelijk in wetsvoorstellen terechtkomt.
Voor de berijder van een bestelauto blijft altijd de grote vraag hoeveel de bijtelling op zijn bestelauto bedraagt. Inmiddels zullen weinigen de fout meer maken dat de BPM (hoewel die niet op de factuur van een nieuwe bestelauto staat) niet in de bijtelling meegenomen wordt. Maar met name de hoogte van de bijtelling zorgt er voor dat er gekeken wordt naar eventuele uitzondering op de bijtelling. De bestelauto op de zaak achterlaten is vaak niet praktisch, evenmin als de eindheffing voor doorlopend wisselend gebruik. Ook een algeheel verbod op privégebruik is vaak onpraktisch en levert naheffingsrisico’s voor de werkgever op. Blijft over de uitzondering voor bestelauto’s die 'door aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt zijn voor goederenvervoer'.
Door nieuwe uitspraken van belastingrechters komt er steeds meer duidelijkheid over deze regeling op grond waarvan sommige bestelauto’s zijn uitgezonderd van het vaste bijtellingspercentage.
Bij het tot stand komen van deze uitzondering is met name gedacht aan bestelauto’s met slechts één stoel. In mei 2009 besliste de Hoge Raad al dat een heel grote bestelauto van een bloemist, voorzien van specifieke inrichting en met meerdere zitplaatsen, in aanmerking kwam voor deze uitzondering. Ook is er een uitspraak over een grote bestelauto (verlengd en verhoogd, zodat deze niet op normale parkeerplaatsen en in parkeergarages past) van een vloerbedekkinglegger. Ook in die situatie gold het vaste bijtellingspercentage niet, ook al had de auto twee zitplaatsen.
Inmiddels begint er ook jurisprudentie te komen over kleinere bestelauto’s. Er loopt nog een verwijzingszaak over de auto van een stukadoor en recent heeft Gerechtshof Amsterdam zich uitgesproken over een Renault Kangoo met twee zitplaatsen. Deze viel ook onder de uitzonderingsregeling, omdat de auto als gevolg van het gebruik voor schilders- en schuurwerkzaamheden 'erg vies is en stinkt' en omdat de auto in de laadruimte is voorzien van een kunststof bak die alleen door een garagebedrijf verwijderd kan worden.
Uit deze rechtspraak ontstaat het beeld dat de uitzondering voor specifieke bestelauto’s ruimer toepasbaar is dan alleen voor grote bestelauto’s of bestelauto’s met slechts één stoel. Wel is dan vereist dat de tweede stoel noodzakelijk is voor een bijrijder voor hulp bij laden en lossen of dat de bestelauto is voorzien van specifieke inrichting c.q. wordt gebruikt voor specifieke doeleinden.
Bron: J. Rolleman/Pleinplus
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Nieuws