RouteConnect Track and Tracing

Btw-correctie auto van de zaak: uitspraak Europese Hof van Justitie

Na enkele jaren van procederen lijkt de strijdbijl over het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (BUA) te kunnen worden

 begraven. Op 15 april 2010 heeft het Europese Hof van Justitie (HvJ) beslist dat het geen bezwaren ziet in het huidige BUA als het gaat om de volgende kosten, waarvoor de aftrek van voorbelasting onder voorwaarden is uitgesloten:

• gelegenheid geven tot privévervoer (bijvoorbeeld de auto van de zaak);

• verstrekken van spijzen en dranken;

• verlenen van huisvesting;

• gelegenheid geven tot sport en ontspanning aan personeelsleden;

• verstrekken van relatiegeschenken en andere giften aan hen die geen recht hebben op aftrek van voorbelasting.

Hierbij merken wij op dat de Hoge Raad reeds had besloten dat het BUA niet verbindend is waar het de aftrek van voorbelasting uitsluit voor loon in natura (voor zover niet vallend onder de hiervoor genoemde categorieën) en voor goederen en diensten die worden gebruikt voor andere persoonlijke doeleinden van het personeel.

Verder ziet het HvJ geen probleem in het feit dat slechts een deel van de voorbelasting wordt gecorrigeerd in het BUA als goederen of diensten ook slechts gedeeltelijk worden gebruikt voor bedrijfsdoeleinden. Als laatste geeft het HvJ aan dat geen bezwaren bestaan tegen een wijziging van het BUA, zolang de betreffende ondernemer in de praktijk daardoor niet slechter af is. Het betreft hier de verhoging van de drempel in 1980 van f 250 naar f 500 (het huidige drempelbedrag van € 227).

Het BUA blijft daarmee vrijwel geheel in stand. Dit hoeft voor ondernemers geen nadeel te zijn, omdat het Europese alternatief voor het BUA ongunstiger kan uitpakken. Hierin wordt de verstrekking van personeelsvoorzieningen namelijk gelijkgesteld met een prestatie tegen vergoeding aan een derde. De ondernemer is over deze zogenoemde interne prestatie btw verschuldigd, hoewel daarbij wel recht op btw-aftrek bestaat voor de gemaakte kosten. Aangezien de Europese regeling geen drempelbedrag kent, is deze ingewikkelder en potentieel duurder.

Veel ondernemers hebben op basis van deze procedure een bezwaarschrift ingediend voor hun eigen BUA-correctie. Hierna geven wij daarom puntsgewijs aan wat de consequenties van dit arrest zijn voor deze bezwaarschriften.

1. Correctie voor privévervoer (auto van de zaak)

Dit is het onderdeel waarin bezwaar is gemaakt tegen de bekende formule '12% van 25% van de

cataloguswaarde van de ter beschikking gestelde auto'. Nu een correctie op basis van het BUA is

toegestaan, resteert alleen nog de vraag of dit forfait leidt tot een proportionele correctie. Dit zal over

het algemeen niet het geval zijn als ondernemers veel ambulante werknemers hebben of werknemers

die kiezen voor een kilometeradministratie. Voor dergelijke ondernemers is het daarom aan te raden

in overleg met hun adviseur vast te stellen of het ingediende bezwaarschrift kan worden aangevuld

met een alternatief voor de standaardberekening van de BUA-correctie.

2. Correctie voor loon in natura en andere persoonlijke doeleinden van het personeel

Zoals hiervoor aangegeven, heeft de Hoge Raad reeds beslist dat deze punten van het BUA

onverbindend zijn. Aangezien Nederland in de wet heeft opgenomen dat het BUA voor een

eventuele andere heffingssystematiek gaat, zullen de bezwaren op dit punt moeten worden

toegewezen. Wat de toekomst betreft, is het afwachten in hoeverre het BUA op dit punt wordt

aangepast.

3. Andere correcties dan privévervoer en loon in natura

Zodra de Hoge Raad het oordeel van het HvJ overneemt, zal het ingediende bezwaar voor deze

categorie worden afgewezen.

 

Bron: KPMG 

 

 
Home     Nieuws      Actueel Btw-correctie auto van de zaak: uitspraak Europese Hof van Justitie

RouteConnect B.V.
Gotlandstraat 46a - 7418 AX Deventer - Nederland
T: +31 (0)570 629240 - F: +31 (0)570 642202
E-mail: info@routeconnect.com - Web: www.routeconnect.com
KvK:
27276546